Liefste iedereen,
3 weken in Hiburn, in Cromwell, een stad in een goudmijnregio, het verst landinwaarts dat je kunt gaan in het Zuideiland, met aan de rand Lake Dunstan, een betrekkelijk groot meer waar jong en oud, families en individuen graag naartoe trekken in het weekend voor een dagje vissen, zwemmen, kajakken, boot varen,…of gewoon een gezellige picknick.
Eind 19e eeuw werd hier voor het eerst goud gevonden in Centraal Otago. Sinds die tijd zagen heel wat gouddorpjes voor het eerst het daglicht. Oud Cromwell stroomde in 1993 onder toen de Clyde dam het begaf. Het maakte plaats voor het hedendaagse Cromwell, dat veel wegheeft van een shoppingcenter. Fruitteelt en nog later wijngaarden begonnen de regio te domineren, maar de sporen van het goudtijdperk zijn hier nog overal aanwezig.
En een van de belangrijke elementen bij goudontginning brengt ons al wat dichter bij de boerderij waar we de afgelopen weken verbleven: water. Tijdens de goudontginningsperiode was water al in handen van enkelingen, het was een privegoed. Waterschaarste leidde toen al tot hevige discussies over eigendomsrecht. Ook nu blijft het een delicate kwestie in deze dorre regio.
Jack en Claire, onze nieuwe ‘gastheren’, hebben hun eigen dam en irrigatiesysteem. De lager gelegen velden op de boerderij worden geirrigeerd door het water dat uit de bergrivier wordt afgeleid naar de dam toe via kanaaltjes. Een interessant systeem dat het boerderijleven hier gaande houdt.
Jack en Claire, van Schotse afkomst en..een verhaal apart. Cliché bevestigd, want de twee zijn echt wel gierig. Ook wat bazig en behoorlijk afstandelijk was onze indruk de eerste dagen hier. Teveel Wwoofers ( dat zijn mensen zoals ons die helpen farmen op de boerderijen in ruil voor kost en inwoon), plus een combinatie van vele farmstays en farmtours ( Japanse groepen die rondtrekken in een tourbus voor een korte periode en daarmee heel Nieuw Zeeland aandoen in een recordtijd lijken een echte bron van inkomsten te zijn hier in NZ, ook voor de boeren…) maakten het gewoon wat te veel werk voor Jack en Claire, was ons vermoeden. Best jammer. We twijfelden er daarom over om van deze plaats weg te gaan want we dachten dat het niks zou worden. Maar, gelukkig beten we door de zure appel heen, want ook hier viel veel te leren. En toegegeven, Jack en Claire zijn geen tweede Bruce en Kate en we misten wat het familiale, maar geleidelijk aan groeide toch een wederzijds vertrouwen en mocten we rijden op de quad, met de truck, material van hier gebruiken,…
‘Balage en haymaking’ stonden op het to do-lijstje. Afhankelijk van de vochtigheidsgraad van het gras wordt ‘balage’ (half gedroogd gras, in de winter als voedsel gebruikt voor het vee, de schapen, de paarden,…) of hooi gemaakt. Het maaien gebeurde dikwijls midden in de nacht omdat de velden overdag door de hitte en droogte in deze regio moeilijk bewerkbaar waren. Opstaan om om 2u te beginnen maaien zat er voor ons gelukkig niet bij. Maar wel bewonderenswaardig hoe Jack en Claire in staat waren om dat nacht na nacht te doen terwijl ze overdag ook nog veel boerderijwerk voorhanden hadden. De schakel in het hele balagemaken proces waar wij wel deel van uitmaakten, was het transporteren van de balen ( een baal weegt al snel 590kg!) op de trailer en de laadbak van de truck. Met een speciale machine wordt eerst het gemaaide gras opgepikt en in balen gerold. Die balen komen uit de machine gerold ( prachtig om te zien!) en Jack legde die dan met de tractor op de truck. 6 balen van gemiddeld 600kg achterop de truck vergden heel wat vaardigheid en vierwielaandrijving. Iets wat, zeker Koen, we al op onze landbouwcv kunnen plaatsen. Ik positioneerde me oorspronkelijk bij de ‘wrapper’ (inpakker) en tevens de volgende schakel in het process, waar de grote balen met een erg ingenieuze machine werden ingepakt. Daar moesten kleine fouten, zoals gaten in het plastic, worden aangepakt en moesten de einden (tails) van het plastic op voorgetoonde wijze worden weggevouwen in de baal. Veel van het werk was extern, in andere boerderijen en ‘lifestyle blocks’ ( dat zijn plaatsen waar de eigenaars wel dieren houden en/ of er landbouwgrond is, maar waarvan de eigenaars geen boeren zijn of toch niet boeren als hoofdjob). Niet elke boer beschikt trouwens over de dure machinerie om balen te maken en in te pakken en dat gebeurt daarom via ‘contracting’.
(…) Net even ertussenuit geweest voor de zogeheten Nieuw-Zeelandse ‘smoko’ ( of teatime, met daarbij weer de Britse roots bevestigd), waar thee, koffie of milo (chocolademelk) wel altijd op het menu staan.
Koen is bezig met buurman ( en schaapscheerder en bouwvakker) Tom een schuur aan het bouwen voor Jacks material. Interessant en leerrijk material voor ons toekomstig nestje…;-) Ook zijn huis zit prachtig in elkaar en bezorgt veel inspiratie. Gisteren heb ik Tom een handje toegestoken terwijl Koen gaan helpen was met het hooi en ik heb menig nagel –scheef-;-) geslaan. Maar, t was leerrijk en Tom is een goeie en heel sympathieke leermeester. Misschien gaan we in de zomer nog eens bij hem en zijn familie met drie flinke dochters bbq-en.
Veel honden, ook hier weer, en voor mij daarenboven veel hondenlectuur. Jack en Claire zijn voorzitters van de ‘dogtrialling club’ en dus heb ik hen om lectuur gevraagd. Het smaakt naar meer. Als ik nu nog geluid zou krijgen uit de hondenfluitjes die ze voor de hier gebruiken in plaats van de vocale commando’s te geven aan de honden, dan zou mijn dag helemaal goed zijn;-) Helaas geen pups waarmee Jack aan het trainen is, maar wel veel voorbeelden van de honden aan het werk bij de schapen.
En natuurlijk zijn er schapen!;-) Dit is een schapen-en hertenboerderij. ( De herten krijgen in deze periode hun jongen en worden daarom zoveel mogelijk met rust gelaten).
Schapen betekenen ook weer veel schapenvlees op het menu. Ons gamma is nu zelfs uitgebreid tot lamsstaartjes, schapenlever, -hart en, -nieren…Mbreuh…hard om door de keel te krijgen.
Hertenvlees daarentegen is heel mals en lekker.
Schapenwerk met onder andere ‘crutchen’ vand e schapen. Dat betekent het ‘schoonmaken van het achterwerk’ voordat de schapen naar het slachthuis kunnen worden getransporteerd. Er zijn heel strenge normen qua hygiene in de Nieuw-Zeelandse slachthuizen…Verder ‘footrotting’ waarbij de schapen worden omgekeerd in een soort wieg komen te liggen om hun nagels aan te pakken, en ze daarna een half uurtje in een bad met ‘ontsmettingsmiddel’ moeten staan. Ook tailen voor mij dit keer! Niet met een rubberen ring hier, maar wel met een heet ijzer. Aangezien het hier droog is, is de kans op een infectie minimal in tegenstelling tot de natte Catlins waar gekozen werd voor een rubberen ring rond de staart.
Voor het eerst beleefden we een serieuze konijnenjacht. Jagen gebeurt in het donker omdat de konijnen dan worden aangetrokken door het licht van de koplampen van de truck. Claire en ik zaten in de truck, met Claire als bestuurdster in een 4x4 op een heel ruig terrain, en ik met een klikker in de hand om het aantal geraakte doelwitten bij te houden. We tikten af op 69! ( Per jaar worden duizenden konijnen neergehaald hier.) Koen en Jack achterop de truck met een heel straffe lamp. Jack was vastgemaakt aan de truck met een rubberen band, dit uit veiligheidsoverwegingen omdat hij tijdens een everzwijnenjacht in april in zijn volle enthousiasme van de truck was gevallen en daarbij een botbreuk opliep. En Koen, met een grijns achterop, het terrain aftastend met de lamp, op zoek naar ‘rabbits’. Zielig? K weet niet. Het stikt hier echt wel van de konijnen en bij zo’n konijnenplaag is een konijnenjacht meer dan begrijpbaar. Eerder een waar avontuur.
En opnieuw leerden we veel mensen kennen. Onder andere ook Terry, de zoon van Claire en Jack, die samen met zijn vrouw Steffi en hun twee jonge kinderen, Matthew en Tori, hier in een cottage op het terrein woont. Terry is een echte sport- en hike freak, en ochtendjogs, in de wel heel erg vroege uurtjes, werden daardoor een deel van Koewnes activiteiten. Een missie voor Terry, zijn vriend Andy en een ex-wwoofer Marcus van Glenorchy naar Mount Aspiring leidde tot een deugddoende ochtendwandeling voor Koen en ik in een opnieuw stuk adembenemende natuur van het Mount Aspiring national Park in de Rob Roy Valley. Voor Marcus, een eerder ongetrainde kompaan leidde de 20 uur durende tocht weliswaar tot een heel zwaar doorbijten naar de eindstreep waar wij het trio oppikten na onze wandeling.
Opnieuw voldoende vrije tijd voor exploratie met enkele wandelingen in deze goudmijnregio, waarvan een in een stuk van de Otago Central Rail Trail waar de trein vroeger overheen daverde door het dorre landschap. We brachten een bezoekje aan het hergeconstrueerde oude Cromwell, deden een mountainbiketochtje gecombineerd met een bezoekje aan een fruitbar waar we een heerlijk fruitijs aten en cider dronken, we gingen naar de Cromwell Christmas Races ( geen ‘pacing’ dit keer, dat is racen met paarden in karretjes, enkel in een soort versnelde draf. –Het is iets waar iedereen met een paard in Nieuw-Zeeland aan lijkt te willen deelnemen en in wil investeren…) maar wel galopraces met de bijna hele Cromwellgemeenschap langs de racebaan voor een zondagse picknick. We deden ook een kleine kajaktocht op Lake Wanaka, de kleine broer van het nog veel toeristischere Lake Wakatipu in Queenstown. Queenstown, daarmee ook onze volgende bestemming voor de komende drie maanden vanf Vrijdag, waar ik in de Shotover Stables ga werken en paardentochten zal leren begeleiden. Koen kijkt er uit voor een andere job, waaronder in januari met bijna zekerheid al als hulp bij een professionele boomchirurg.
Ons adres voor de komende maanden wordt:
25b Atley Road
Arthurs Point
Queenstown
Nieuw Zeeland
En daarmee sluiten we ons hoofdstuk op deze boerderij af. Met veel gehuil en geblaf van de honden –want de kippen lopen vrij rond en dat leidt tot zekere agitatie- veel gebleet van de schapen, getimmer aan de schuur, en af en toe kinderstemmen op de achtergrond.
Vanuit onze hut dit verslag,
Good as gold,
Ve en koewne