donderdag 22 november 2007






erwtjes en worteltjes

Erwtjes en worteltjes,

Erwtjes en worteltjes, (schapen-)stoofvlees en pureepatatten… ondertussen zijn we hier lang genoeg om enkele constanten in het leven van de kiwi te ontwaren. Vraag ons volgend jaar dus niet om eens Nieuwzeelands te koken tenzij je zin hebt in bovenstaand menu. Een minstens even belangrijke constante zijn de huisgemaakte cakes, koekjes, muffins, pudding en taarten. Elke (vrouwelijke) kiwi lijkt ze te kunnen maken en ze doen de bijwijlen eentonige toast bij het ontbijt en de duizenden erwten die we hier wekelijks binnenspelen op een – voor ons bourgondiers – gepaste wijze vergeten.
We vreesden dat we ook een pijnlijk natte en ruwe constante in het weer ontdekt hadden, maar ondertussen zit ik hier bij 29 graden in de schaduw onder een berk dit verslag te schrijven, dus het valt al bij al wel nog mee. Bij het laatste verslag zaten we in de vochtige Catlins van Southland. We bleven er nog een goede week… en daar pik ik nu de draad weer op.
Het klikte echt goed tussen ons en Bruce en Kate. En dus werkten we met plezier wat langer dan wat eigenlijk dagelijks nodig was. Als het weer niet te hard tegenzat en er was niet meteen een dringende opdracht, trokken we naar de hondenwei. We (en vooral Veerle) genoten ervan om eerst de 5 honden uit hun kleine kooien te bevrijden en te laten rondcrossen in de wei. Daarna kwamen we tot de orde van de dag… en was het telkenmale zagen geblazen in de hondenwei. Veerle was niet bij te houden met de kleine kettingzaag en had al na enkele dagen alle 7 omgewaaide ‘blue gum’ bomen van hun takken ontdaan (en de grote takken in in-het-houtvuur-passende-blokken verzaagd). Zelf zaagde ik gemiddeld twee bomen achter de feiten aan, worstelend met (lees “ringend makend van”) de dikke stammen Australisch hardhout.
De blokken waren te zwaar om ze door 1 persoon te laten splijten. Dus begonnen we gezellig samen en heb ik nooit mijn zaagwerk kunnen afwerken. Hoewel geholpen door een allessplijtende machine ging het werk tergend traag… vermoedelijk door de gigantische blokken die nauwelijks te verrollen waren en telkens in minstens 24 gedeeld moesten om toch in het houtvuur te passen.
We bleven zo lang bij Bruce en Kate dat we ook hun familie behoorlijk goed leerden kennen. En zo deed ik mijn eerste trip te paard in de buitenlucht… op uitnodiging van hun oudste dochter Lianne. Ze (Veerle, Lianne en onze gids) hebben goed gelachen met mij en Lewis (mijn kingsize paard met ontegensprekenlijk Brabantse roots), achter hen aan stappend, dravend of galopperend op zo’n elegante wijze dat zelfs een olifant in een wei vol herten er gracieus bij zou geleken hebben. Het was plezant!
We kregen deze trip cadeau van Bruce en Kate. Maar dat zegt nog niet alles over hoe graag ze ons hadden. Ze hebben ons ook uit eten genomen. En toen we hen op de laatste avond voor ons vertrek een kalender 2008 gaven met foto’s van ons verblijf in de Catlinsm hadden zij ook nog iets in petto: Edmond’s Classic cookery book, met alle dessertrecepten van die heerlijke koekjes, cakes… die ze hier maken en een cheque die zou moeten dienen voor een bootcruise in Milford Sound, Nieuwzeelands bekenste fjord dat we zouden bezoeken. We waren sprakeloos.
Afscheid nemen was lastig, maar uiteindelijk raakten we toch op weg naar onze volgende bestemming… Te Anau, de belangrijkste link tussen Fjordland national park (bijna zo groot als Belgie) en de bewoonde wereld. We verbleven daar drie nachten in een cottage, met zicht op de bergen. De eerste volle dag besloten we een deel van de 65-lange Kepler track te doen. We zouden stappen tot we boven de bomen uitkwamen om een zicht te hebben op dit gigantische natuurpark. Na een urenhalf wandelen langs het meer (lake Te Anau) stond er een bordje: Luxmore Hut, 4,5 hours (fit trampers in half the time). We wisten niet hoe fit wijzelf waren in vergelijking met “fit trampers” maar omdat we niet helemaal tot aan de hut moesten geraken om boven de bomen te raken besloten we het toch maar te proberen. Vanaf daar was het steil omhoog. Ik liep (dat is het juiste woord vor het tempo dat ze aannam) achter Veerle aan in de hoop dat we er in 1 ruk zouden geraken (Want Ve had me gewaarschuwd… “eenmaal we stoppen gaan we niet meer verder wegens te lastig herstarten bergop”). Na een urenhalf verschroeiend tempo waren we uit het woud… na nog eens een half uur waren we aan de hut. Dat maakt ons 11% sneller dan een “fitte stapper”. En oja, het was de moeite van het klimmen waard! Wat een uitzicht. N.b. drie uur later waren we terug aan de auto.
De volgende dag vertrokken we richting Milford Sound, 120 kilometer vanuit Te Anau (er leidt slechts 1 weg naartoe). Milford Sound is zoals Doubtful Sound een foute benaming voor een fjord. Een Sound is een vallei/sleuf gevormd door een rivier. Een fjord is hetzelfde, maar gevormd door een gletsjer. Maar prachtig, dat wel. Om te beginnen was het landschap langs de weg naar dit fjord al onbeschrijflijk mooi. Na 2 uur kronkelen (en een drietal uur wandelen tussendoor) kwamen we er aan en boekten we de laatste cruise die er te beleven viel. Wat we te zien kregen is zelfs moeilijk met foto’s te beschrijven dus vergeef me mijn nuchterheid dat ik het niet eens probeer met woorden. Het was genieten, in een zonovergoten fjord waar jaarlijks 7000mm regen valt (ter vergelijking, Belgie heeft er gemiddeld nog geen 1000 per jaar. Zij hadden 2 weken geleden 400mm op 40 uur tijd). De meeste boten waren alweer aangemeerd, en dat maakte de beleving, door de rust, nog leuker. Een aanrader…
‘s Avonds trokken we terug naar onze Cottage in Te Anau. Het waren twee mooie dagen geweest die ons het afscheid van de Catlins hielpen vergeten. En ondertussen zitten we op een boerderij bij Cromwell, Central Otago waar jaarlijks – jawel – 400 mm regen valt. Hier valt er dus veel bij te leren over irrigatie!

Cheers,
Veerle en Koen

Nog een korte nvdr: in het laatste verslag schreef Veerle dat de gevilde koe aan de koeien werd gevoederd. Even rechtzetten. We bedoelden uiteraard dat ze eindigde als hondenvoer en niet als koeienvoer