woensdag 10 oktober 2007

Otekaieke: tussen bergen en schapen

We waren nog niet echt onder de indruk van Nieuw-Zeeland in Christchurch. Heel vriendelijke mensen, dat wel, maar na een week Christchurch was onze honger naar adembenemende landschappen en mensontroerende vergezichten zeker nog niet gestild. Integendeel. We waren dan ook maar verdeeld tevreden met wat we op onze busrit zuidwaarts te zien kregen. Want na wat honderden kilometres bollen over voornamelijk kaarsrechte wegen, parallel aan de kustlijn, richting Oamaru hadden we weliswaar heel wat ‘vergezichten’ beleefd. Deze waren echter niet adembenemend, laat staan mensontroerend. Voor de critici eerder ‘vrij saai’. Het enige wat we konden zien waren vele schapen, wijdse wei- en akkerlanden, en heel af en toe eens een tegenligger.
Maar we voelden het: verandering hing in de lucht. Toch zeker landinwaarts. We vroegen de buschauffeur om ons aft e zetten in pukeiri, enkele kilometers voor Oamaru, waar we zonder problem liftten richting Kurow. Men had ons verwittigd dat dit niet makkelijk zou lukken en we merkten al snel waarom. Ook al leek dit op de kaart een belangrijke weg te zijn…toch werd ze nauwelijks gebruikt. Net voor we wat wanhopig warden, draaide na een dike tien minuten de eerste ‘truck’ ( truck wordt gebruikt voor alle zware 4x4’s in vele gevallen ook met laadbak) onze weg op…en stopte meteen. De bestuurder was al meteen een verhaal opzich waard. Toch zal een korte beschrijving en uw eigen verbeelding hier moeten volstaan. Hij was een oud rugbyspeler, heel zwaar NZ accent, ruiger dan een zeebonk. Nadat hij plaats had gemaakt voor onze baggage door zijn pitbull bij zijn bloedhond te steken in de kooi op zijn laadbak, mankte hij terug naar de verloederde ‘cockpit’ van zijn zeker 15-jaar oude, verroeste truck. Hij bood ons wat weed aan – wij bedankten vriendelijk- en trok zijn ooglapje weer goed en weg waren we. Door zijn gebrek aan dieptezicht maakten we soms wat rare manoeuvres maar we kwamen al bij al – blij als we waren dat hij zijn eigen weed niet was beginnen roken- goed aan op de boerderij waar hij moest zijn om met zijn honden op everzwijnen te gaan jagen ( n.v.d.r. everzwijnen vormen net als konijnenm muizen en ratten en andere geimporteerde ‘pestdieren’ een grote last voor boeren en de oorspronkelijke fauna en flora omdat ze het natuurlijke evenwwicht –door gebrek aan natuurlijke vijanden die hun aanwezigheid binnen de perken kunnen houden- ernstig verstoren)
De weg leek meer verlaten dan ooit, mar het landschap daarentegen werd al een heel stuk mooier. Na twintig minuten waren drie auto’s, zonder vertragen in de geode richting gepasseerd. Na 25 minuten kwam een ervan aarzeelend teruggereden. De bestuurdster, een Argenstijnse meisje had spijt gekregen dat ze ons niet had meegenomen en bracht ons nu recht naar onze bestemming: Otekaieke High Country Station.
We warden verwelkomd door de erg vriendelijk Jo(anna) en de vrij stugge schapenherder en veeboer Tony. En dat is waar NZ voor ons begon.
Om ergens te beginnen: de 4x4 ervaring. Mensen hebben hier geen 4x4 om toch maar niet uit de toon te vallen, zoals dikwijls in Belgie. Hier zijn de wegen wel maatschappelijk verantwoord. Vanaf dag 1 bleek al snel waarom. De weg naar de weilanden is slechts de eerste 30 meter bereikbaar voor een Belgische middenstandswagen…tenminste, als je aanloop hoog genoeg is. Met een beetje geluk zou je ook nog terug achteruit kunnen rijden, geholpen door de ongelooflijk steile helling waarop je je bevindt, maar de kans is groot dat je carrosserie dan vast komt te zitten op een aantal rotsblokken en je van je pad gsleept zal moeten worden. Met andere woorden: de landwegen zijn steil, met heel diepe sporen en weinig grip. En waar er geen wegen zijn, daar rijdt de truck door velden, door rotspartijen, door beken en rivieren alsof hij ervoor gemaakt is. Dat zal dan ook wel. Even een voorbeeld. We zaten er met 6 personen in plus heel veel baggage, en de zware trailer die erachter hing, zat vol met honden. En Tony besloot om een stuk wei op te rijden met een stijgingspercentage van ongeveer 40.5% want hij wilde een beter zicht krijgen op zijn weiden. De wagen slipte nog geen millimetre. Dit was niet gelukt met nat gras, maar goed, het zegt genoeg. Het enige wat hem kon stoppen was de afgrond die achter het stuk gras lag.
En groot dat het hier is. Op zijn 6500 hectare heft hij meer dan 1000 meter Bergen dan een modale Belg molshopen heft. Het duurt meer dan anderhalf uur om van thuis tot aan het einde van zijn onherbergzame weiland/ bergland te komen, ook wel omdat je op die wegen gemiddeld slechts 20km/uur kunt rijden en in de rivier die je zes keer moet oversteken nog iets minder.
Ik zit dit verslag eerst op papier te schrijven, door de schrijnende onbereikbaarheid van een degelijke computer tijdens onze laatste dag op de boerderij. Ondertussen is Tony vertrokken naar zijn weilanden, met zijn honden en vier vrienden om daar drie dagen de ‘ontamnde’ schapen samen te drijven. ( de ooien en rammen zitten op de andere bergen)
Geeft dit een idée van de omvang van een middelgrote boerderij in Nieuw-Zeeland? Ik hoop het.
Afgezien van deze algemene indrukken, hier nog enkele ervaringen waarmee onze dagen zich vulden.
Het voederen van de herten was best wel spectaculair. Stel je voor. Je rijdt naar boven (de weilanden vlakbij het huis) met een kleine silo gevuld met gerst en een boer achter het stuur die roept naar de schapen die in de verkeerde wei blijken te zitten. De meest courante namen van die schapen zijn ‘bugger’ en ‘useless bastard’;-) en Tony blijkt zijn honden ook zo te noemen. Een beetje verder begint hij – zonder voorafgaande waarschuwing- al seen gek te claxxoneren. Pas de tweede dag begreep ik dat dit was om de herten, op zijn Pavlovs- te leren dat ze, bij het horen van de claxon, naar de auto moeten komen. Handig als ze wijd verspreid op de heuvel zitten en je ze wilt bijeendrijven. Eenmaal de meeste herten achter de vrolijk claxxonerende truck draafden en we naar beneden aan het rijden warenm trok Tony de handrem een beetje aan, sprong uit de wagen, sprong er weer in omdat hij de handrem niet genoeg aangetrokken had, sprong er weer uit terwijl de wagen verder bolde, opened de silo achteraan, crosste weer naar voor en sprong weer in de truck. Hilarisch. Honderden herten stortten zich op de lange sliert gerstkorrels die op die manier in de weide warden uitgestrooid. Geen Hans nog Grietje die de weg teruggevonden zou hebben.
Foot rotting was een van de vuile taakjes die we te doen kregen. Onze taak: jag schapen met behulp van een hond in een nauwe gang. Trek het shcaap uit dat gangetje zodat het hulpeloos op zijn rug ploft in een lange, smaelle bak. Tony knipt er dan met een tang de rotte stukken hoef af ( tot bloedens toe) en wij spuitten een gele stip op de schapenkop…een gele streep als de hoeven teveel weggerot waren en het schaap daardoor klaar was voor de slacht…Als de schapen niet stil lagen, moisten ze het maar weten…dan werd die stip een streep…hihi. Tenslotte gaven we de schapen een spuitje in de bil of de nek en trokken we ze uit de bak zodat ze –in het beste geval op hun poten- terug op de grind belandden.
Drafting was het sorteren van dieren volgens bouwjaar, geslacht, grootte of dikte. Met schapen viel dit, behalve dat dit er verreweg het meeste waren, allemaal nog goed mee. – op de blauwe plekken op Veerles bijna farmersbenen na…- Bij herten was drafting vrij beangstigend. Ik vertel: eerst moesten een deel van die schichtige en mensvreemde dieren in een hok gedreven worden. Twee keer heb ik me moeten bullen toen een radeloos hert me wilde passeren met een enorme spronmg. Men wist me te vertellen date r verschillende mensen met trage reflexen KO gingen. Al ser dan uitenidelijk voldoende herten in het grote hok gedreven waren, deed Tony de deur achter zich dicht en horde ik van binnenuit hoe herten heen en weer renden, deuren geopend en gesloten warden, Tony af en toe vloekte en hij uiteindelijk zei dat ik mocht binnenkomen.
Alle kleine herten moesten afgezonderd worden en werden behandeld tegen wormen. Maar ze mochten niet ontsnappen als ik de deur moest openen voor een vrouwtje dat een andere richting uit moest. Dat viel nog mee. Ik zit meer in met die gigantische mannetjes, vooral deze die hun scherpe gewei nog hadden. Naar het schijnt moet je vooral opletten dat ze niet steigeren en met hun voorpoten een slag verkopen, en volstaat het om dit te vermijden door je handen omhoog te steken als ze beginnen te brommen… maar ik was er toch niet gerust in.
Veerle beleefde heerlijke momenten toen ze meemocht met Jo om te paard vee bijeen te drijven op een weiland vlakbij. Ik kan het wel geloven! En al even leuk was het toen ze meemocht met de Truck naar ‘Out in the back’ (die verre bergweilanden waar ik eerder over sprak) om vee bijeen te drijven en zij het paard dat door Jo naar daar was gereden, de 20 kilometer terug mocht rijden over die rochtsachtige wegen en door rivieren. Dit zou tweeenhalf uur duren hadden ze gezegd… en na een uur en drie kwart was Veerle al terug. Hier en daar waren er platte stukken wei en die kon ze natuurlijk niet onbegaloppeerd laten liggen, glunderde ze achteraf. Jo heeft al gevraagd of ze het niet zag zitten om in de zomer terug te komen en de paarden fit te rijden voor de jacht. Dat sprak haar wel aan, want tussen de dieren voelt Ve zich op en top, zoals ook met de honden waarmee ze elke avond een wandeling gaat maken. Ze begon met 1 hond, en gisteravond waren het er al 4 die meemochten, hi hi.
Drenchen van de schapen was een vrij eentonig maar ook wel ontspannend werkje. Onze enige taak hierbij bestond uit het aanvullen van Tony bij het tegen mekaar drukken van de schapen in een nauwe (1,2 meter) langwerpige paddock. Een van ons was telkens zijn zogenaamde “second pair of legs”. Zodoende kon hij gemakkelijk een spuitje achter de oren van de schapen – die geen weg opkonden – geven. De schapen die een spuitje gekregen hadden, mochten door onze benen glippen, waardoor Tony uiteindelijk alle schapen in de paddock kon behandelen. Eenmaal de schapen ‘gedrenched’ waren werden ze door een douche gedreven die hen behandelde tegen allerlei ongedierte in de vacht. Vervolgens dreven we opnieuw een kudde schapen in deze ‘drenchsleuven’ en begonnen we weer van voorafaan.
Ondertussen zorgde Jo dat we niets ontbraken qua eten: bananenmuffins, fruitcake, cheesetoast, barbecue… Dit terwijl ze natuurlijk ook voor de bijwijlen drukke maar zeker ook schattige Zoe en Jesse (4 en 2 jaar) zorgde. Zij vormden trouwens geregeld een deel van ons takenpakket. We namen hen mee naar de rivier, naar hun grootouders in de achtertuin, naar het zwembad waarvan ze nog dagen nagenoten (Jesse liep nog meer dan een week rond met haar badpak in haar handen).
Tagging is het piercen van de oren met een ‘tag’ of gekleurd plaatje dat aangeeft in welk jaar de schapen geboren zijn. De schapen van vorig jaar kregen nu een oranje plaatje. Onze taak… being the second pair of legs (again).
Eenmaal alle schapen gedrenched, gedouched, en voor de eenjarigen ook getagged, waren, werd alles in gereedheid gebracht voor de grote exodus. 1800 schapen moesten 20 kilometer verder geraken, ofwel naar ‘out in the back’. Geen sinecure aangezien dat er toch redelijk veel zijn, en we ook vele weiden moesten doorkruisen waarin de hongerige schapen telkens uitwijdden. Daarbij niet te verwaarlozen dat in de weiden ook schapen zaten van de buren – useless f*cking Perendales - waarmee ze niet mochten vermengd worden. Maar 1 zaak was zeker: het was een onvergetelijke ervaring om vele uren lang samen met de honden de schapen naar het beloofde land te leiden… een droom die we over NZ hadden en nu werkelijkheid werd.
Over die honden. Er zijn twee soorten, namelijk huntaways en headaways. Die eerste blaffen voortdurend en steken vaart in de kudde door hun lawaai. De laatste zijn onze favorieten en zijn ook de in Belgie best gekende schaaphonden. Deze drijven van nature schapen bijeen, en werken in volledige stilte door gewoon naar de juiste plaatsen te lopen en zich daar met hun hoofd richting kudde neer te leggen.
Op het terrein zelf velde ik menig boom en snoeide heel wat dood hout. Samen kuisten we de paardenweide ook door al het hout op een groot bonfire te verbranden.
De laatste drie dagen hebben we een kamer in het schaapsscheerderkwartier – waar wij ook overnachten – gerenoveerd. Met vogel- en andere faeces besmeerde muren werden glanzend wit, het plafond stralend, en de vloer opnieuw mooi bruin na vele jaren schijtbruin. Ere wie ere toekomt… Veerle bleef maar “sanden” tot haar neus vol zwart stof zat terwijl ik rustig dit verslag mocht zitten schrijven. Het was een ontspannend dagje.
Dit was in een paar alinea’s het verhaal van Otekaieke. Een geheel ander verhaal is dat van Mount Cook, waar we met de ‘Red Rocket’ (sinds vandaag officieel onze eigen Honda Civic, bouwjaar 1985, 1488cc) naartoe sjeesden.
We genoten er van het prachtig blauwe Pukaki meer en de bergen die weliswaar kleiner zijn dan onze Europese Alpen, maar qua natuur zoveel indrukwekkender. De gigantische gletsjervalleien waar je zonder problemen Lord of the Rings gefilmd ziet worden niet in het minst.
To be continued.

Met tegenvoetse groet,

Koen en Veerle

6 opmerkingen:

mark de winter zei

Zalige verhalen Koen:))Ik zie jullie zo voor mij rond hollen...
Goe bezig met die schapen al weet ik niet of dat kwa ervaring zal kunnen tellen op uwen CV:))
Volgende week vergezellen we ons bij jullie rond de 40ste graad Zuiderbreedte
http://m-m.skynetblogs.be/
adios!

Unknown zei

Ja Koen en Veerle, schitterende verhalen over schitterende ervaringen. Ik kan het allemaal zo meebeleven, vooral de tocht met de 180 schapen, een droom die weldra ook in vervulling zal gaan, en nu al meebeleefd kan worden!!!
Dank je wel voor die smakelijke tocht doorheen dat avontuurlijke land!!!

Anoniem zei

Nu moeten jullie geen schaapjes meer tellen om te kunnen slapen zeker?Als het bij mij niet lukt,zal ik die op de foto tellen.Onvoorstelbaar zoveel ruimte,zoveel stilte..Fijn dat jullie je zo vlot aanpassen en het werk leuk vinden.We genieten mee!!
Gelukkige verjaardag morgen Koentje;
Kusjes,knuf,kruisje..

Anoniem zei

Amai schoonbroertje, je schrijft wel vlot en plastisch, heerlijk om lezen.. Doet deugd dat jullie het zo goed en "dicht bij de natuur stellen". Ook prachtige foto's!Hier kabbelt alles z'n gewone gangetje met veel vakbondswerk, kindjes die elke dag een stap vooruit gaan en een man die liefdevol voor huis en gezin zorgt. Dikke zoen van ons viertjes

Sapje zei

Allereerst een dikke proficiat met je 27 jaren, Koentje!!!!! Hopelijk wat in de watten gelegd... ;-) ??!

Hamai, gewoon de max wat jullie daar doen!!! Zou ik ook wel voor tekenen... . Ik beleef het hier life van achter mijn PC!
Hier gaat alles verder rustig zijn gangetje. Net volledig ontstresst op ons kasteelweekend voor ons 1ste jaartje getrouwd en volop kunnen genieten (weer een beetje verliefd...).

Koewne, nog voorzichtjes daar (alle chance dat ge toch wel een beetje een cowboy zijt); Veke, nog het volle genot met de beestjes (wij beleven ook felle tijden met de Yaro ;-)) en tot hoors!!!

Hele dikke knuffel van jullie (schoon)zusje,

Bienie oftewel Sapje

Unknown zei

Waaw Jezus, het klinkt daar echt fantastisch!!
Waarom heb ik niet voorgesteld in één van uw valiezen te kruipen :p?

Ik wist trouwens niet dat je zo een schrijverstalent had!
"Geen Hans nog Grietje die de weg teruggevonden zou hebben."
=> coole uitdrukking ^^

wel beetje opletten voor de spelling hé.

Amuseer jullie daar maar goed!!!!

dikke zoen en knuffel