maandag 24 december 2007

Zomerse kerstwensen


Life is not about the amount of breaths you take
but about the amount of moments that take your breath away




Dat 2008 ook jullie veel mooie en adembenemende momenten mag bezorgen!

Big X-mas and New Year hug,

Mr and Mss Claus

woensdag 5 december 2007

some images...










Central Otago

Liefste iedereen,

3 weken in Hiburn, in Cromwell, een stad in een goudmijnregio, het verst landinwaarts dat je kunt gaan in het Zuideiland, met aan de rand Lake Dunstan, een betrekkelijk groot meer waar jong en oud, families en individuen graag naartoe trekken in het weekend voor een dagje vissen, zwemmen, kajakken, boot varen,…of gewoon een gezellige picknick.
Eind 19e eeuw werd hier voor het eerst goud gevonden in Centraal Otago. Sinds die tijd zagen heel wat gouddorpjes voor het eerst het daglicht. Oud Cromwell stroomde in 1993 onder toen de Clyde dam het begaf. Het maakte plaats voor het hedendaagse Cromwell, dat veel wegheeft van een shoppingcenter. Fruitteelt en nog later wijngaarden begonnen de regio te domineren, maar de sporen van het goudtijdperk zijn hier nog overal aanwezig.
En een van de belangrijke elementen bij goudontginning brengt ons al wat dichter bij de boerderij waar we de afgelopen weken verbleven: water. Tijdens de goudontginningsperiode was water al in handen van enkelingen, het was een privegoed. Waterschaarste leidde toen al tot hevige discussies over eigendomsrecht. Ook nu blijft het een delicate kwestie in deze dorre regio.
Jack en Claire, onze nieuwe ‘gastheren’, hebben hun eigen dam en irrigatiesysteem. De lager gelegen velden op de boerderij worden geirrigeerd door het water dat uit de bergrivier wordt afgeleid naar de dam toe via kanaaltjes. Een interessant systeem dat het boerderijleven hier gaande houdt.
Jack en Claire, van Schotse afkomst en..een verhaal apart. Cliché bevestigd, want de twee zijn echt wel gierig. Ook wat bazig en behoorlijk afstandelijk was onze indruk de eerste dagen hier. Teveel Wwoofers ( dat zijn mensen zoals ons die helpen farmen op de boerderijen in ruil voor kost en inwoon), plus een combinatie van vele farmstays en farmtours ( Japanse groepen die rondtrekken in een tourbus voor een korte periode en daarmee heel Nieuw Zeeland aandoen in een recordtijd lijken een echte bron van inkomsten te zijn hier in NZ, ook voor de boeren…) maakten het gewoon wat te veel werk voor Jack en Claire, was ons vermoeden. Best jammer. We twijfelden er daarom over om van deze plaats weg te gaan want we dachten dat het niks zou worden. Maar, gelukkig beten we door de zure appel heen, want ook hier viel veel te leren. En toegegeven, Jack en Claire zijn geen tweede Bruce en Kate en we misten wat het familiale, maar geleidelijk aan groeide toch een wederzijds vertrouwen en mocten we rijden op de quad, met de truck, material van hier gebruiken,…

‘Balage en haymaking’ stonden op het to do-lijstje. Afhankelijk van de vochtigheidsgraad van het gras wordt ‘balage’ (half gedroogd gras, in de winter als voedsel gebruikt voor het vee, de schapen, de paarden,…) of hooi gemaakt. Het maaien gebeurde dikwijls midden in de nacht omdat de velden overdag door de hitte en droogte in deze regio moeilijk bewerkbaar waren. Opstaan om om 2u te beginnen maaien zat er voor ons gelukkig niet bij. Maar wel bewonderenswaardig hoe Jack en Claire in staat waren om dat nacht na nacht te doen terwijl ze overdag ook nog veel boerderijwerk voorhanden hadden. De schakel in het hele balagemaken proces waar wij wel deel van uitmaakten, was het transporteren van de balen ( een baal weegt al snel 590kg!) op de trailer en de laadbak van de truck. Met een speciale machine wordt eerst het gemaaide gras opgepikt en in balen gerold. Die balen komen uit de machine gerold ( prachtig om te zien!) en Jack legde die dan met de tractor op de truck. 6 balen van gemiddeld 600kg achterop de truck vergden heel wat vaardigheid en vierwielaandrijving. Iets wat, zeker Koen, we al op onze landbouwcv kunnen plaatsen. Ik positioneerde me oorspronkelijk bij de ‘wrapper’ (inpakker) en tevens de volgende schakel in het process, waar de grote balen met een erg ingenieuze machine werden ingepakt. Daar moesten kleine fouten, zoals gaten in het plastic, worden aangepakt en moesten de einden (tails) van het plastic op voorgetoonde wijze worden weggevouwen in de baal. Veel van het werk was extern, in andere boerderijen en ‘lifestyle blocks’ ( dat zijn plaatsen waar de eigenaars wel dieren houden en/ of er landbouwgrond is, maar waarvan de eigenaars geen boeren zijn of toch niet boeren als hoofdjob). Niet elke boer beschikt trouwens over de dure machinerie om balen te maken en in te pakken en dat gebeurt daarom via ‘contracting’.

(…) Net even ertussenuit geweest voor de zogeheten Nieuw-Zeelandse ‘smoko’ ( of teatime, met daarbij weer de Britse roots bevestigd), waar thee, koffie of milo (chocolademelk) wel altijd op het menu staan.
Koen is bezig met buurman ( en schaapscheerder en bouwvakker) Tom een schuur aan het bouwen voor Jacks material. Interessant en leerrijk material voor ons toekomstig nestje…;-) Ook zijn huis zit prachtig in elkaar en bezorgt veel inspiratie. Gisteren heb ik Tom een handje toegestoken terwijl Koen gaan helpen was met het hooi en ik heb menig nagel –scheef-;-) geslaan. Maar, t was leerrijk en Tom is een goeie en heel sympathieke leermeester. Misschien gaan we in de zomer nog eens bij hem en zijn familie met drie flinke dochters bbq-en.

Veel honden, ook hier weer, en voor mij daarenboven veel hondenlectuur. Jack en Claire zijn voorzitters van de ‘dogtrialling club’ en dus heb ik hen om lectuur gevraagd. Het smaakt naar meer. Als ik nu nog geluid zou krijgen uit de hondenfluitjes die ze voor de hier gebruiken in plaats van de vocale commando’s te geven aan de honden, dan zou mijn dag helemaal goed zijn;-) Helaas geen pups waarmee Jack aan het trainen is, maar wel veel voorbeelden van de honden aan het werk bij de schapen.
En natuurlijk zijn er schapen!;-) Dit is een schapen-en hertenboerderij. ( De herten krijgen in deze periode hun jongen en worden daarom zoveel mogelijk met rust gelaten).
Schapen betekenen ook weer veel schapenvlees op het menu. Ons gamma is nu zelfs uitgebreid tot lamsstaartjes, schapenlever, -hart en, -nieren…Mbreuh…hard om door de keel te krijgen.
Hertenvlees daarentegen is heel mals en lekker.
Schapenwerk met onder andere ‘crutchen’ vand e schapen. Dat betekent het ‘schoonmaken van het achterwerk’ voordat de schapen naar het slachthuis kunnen worden getransporteerd. Er zijn heel strenge normen qua hygiene in de Nieuw-Zeelandse slachthuizen…Verder ‘footrotting’ waarbij de schapen worden omgekeerd in een soort wieg komen te liggen om hun nagels aan te pakken, en ze daarna een half uurtje in een bad met ‘ontsmettingsmiddel’ moeten staan. Ook tailen voor mij dit keer! Niet met een rubberen ring hier, maar wel met een heet ijzer. Aangezien het hier droog is, is de kans op een infectie minimal in tegenstelling tot de natte Catlins waar gekozen werd voor een rubberen ring rond de staart.

Voor het eerst beleefden we een serieuze konijnenjacht. Jagen gebeurt in het donker omdat de konijnen dan worden aangetrokken door het licht van de koplampen van de truck. Claire en ik zaten in de truck, met Claire als bestuurdster in een 4x4 op een heel ruig terrain, en ik met een klikker in de hand om het aantal geraakte doelwitten bij te houden. We tikten af op 69! ( Per jaar worden duizenden konijnen neergehaald hier.) Koen en Jack achterop de truck met een heel straffe lamp. Jack was vastgemaakt aan de truck met een rubberen band, dit uit veiligheidsoverwegingen omdat hij tijdens een everzwijnenjacht in april in zijn volle enthousiasme van de truck was gevallen en daarbij een botbreuk opliep. En Koen, met een grijns achterop, het terrain aftastend met de lamp, op zoek naar ‘rabbits’. Zielig? K weet niet. Het stikt hier echt wel van de konijnen en bij zo’n konijnenplaag is een konijnenjacht meer dan begrijpbaar. Eerder een waar avontuur.

En opnieuw leerden we veel mensen kennen. Onder andere ook Terry, de zoon van Claire en Jack, die samen met zijn vrouw Steffi en hun twee jonge kinderen, Matthew en Tori, hier in een cottage op het terrein woont. Terry is een echte sport- en hike freak, en ochtendjogs, in de wel heel erg vroege uurtjes, werden daardoor een deel van Koewnes activiteiten. Een missie voor Terry, zijn vriend Andy en een ex-wwoofer Marcus van Glenorchy naar Mount Aspiring leidde tot een deugddoende ochtendwandeling voor Koen en ik in een opnieuw stuk adembenemende natuur van het Mount Aspiring national Park in de Rob Roy Valley. Voor Marcus, een eerder ongetrainde kompaan leidde de 20 uur durende tocht weliswaar tot een heel zwaar doorbijten naar de eindstreep waar wij het trio oppikten na onze wandeling.

Opnieuw voldoende vrije tijd voor exploratie met enkele wandelingen in deze goudmijnregio, waarvan een in een stuk van de Otago Central Rail Trail waar de trein vroeger overheen daverde door het dorre landschap. We brachten een bezoekje aan het hergeconstrueerde oude Cromwell, deden een mountainbiketochtje gecombineerd met een bezoekje aan een fruitbar waar we een heerlijk fruitijs aten en cider dronken, we gingen naar de Cromwell Christmas Races ( geen ‘pacing’ dit keer, dat is racen met paarden in karretjes, enkel in een soort versnelde draf. –Het is iets waar iedereen met een paard in Nieuw-Zeeland aan lijkt te willen deelnemen en in wil investeren…) maar wel galopraces met de bijna hele Cromwellgemeenschap langs de racebaan voor een zondagse picknick. We deden ook een kleine kajaktocht op Lake Wanaka, de kleine broer van het nog veel toeristischere Lake Wakatipu in Queenstown. Queenstown, daarmee ook onze volgende bestemming voor de komende drie maanden vanf Vrijdag, waar ik in de Shotover Stables ga werken en paardentochten zal leren begeleiden. Koen kijkt er uit voor een andere job, waaronder in januari met bijna zekerheid al als hulp bij een professionele boomchirurg.
Ons adres voor de komende maanden wordt:
25b Atley Road
Arthurs Point
Queenstown
Nieuw Zeeland

En daarmee sluiten we ons hoofdstuk op deze boerderij af. Met veel gehuil en geblaf van de honden –want de kippen lopen vrij rond en dat leidt tot zekere agitatie- veel gebleet van de schapen, getimmer aan de schuur, en af en toe kinderstemmen op de achtergrond.
Vanuit onze hut dit verslag,
Good as gold,

Ve en koewne

donderdag 22 november 2007






erwtjes en worteltjes

Erwtjes en worteltjes,

Erwtjes en worteltjes, (schapen-)stoofvlees en pureepatatten… ondertussen zijn we hier lang genoeg om enkele constanten in het leven van de kiwi te ontwaren. Vraag ons volgend jaar dus niet om eens Nieuwzeelands te koken tenzij je zin hebt in bovenstaand menu. Een minstens even belangrijke constante zijn de huisgemaakte cakes, koekjes, muffins, pudding en taarten. Elke (vrouwelijke) kiwi lijkt ze te kunnen maken en ze doen de bijwijlen eentonige toast bij het ontbijt en de duizenden erwten die we hier wekelijks binnenspelen op een – voor ons bourgondiers – gepaste wijze vergeten.
We vreesden dat we ook een pijnlijk natte en ruwe constante in het weer ontdekt hadden, maar ondertussen zit ik hier bij 29 graden in de schaduw onder een berk dit verslag te schrijven, dus het valt al bij al wel nog mee. Bij het laatste verslag zaten we in de vochtige Catlins van Southland. We bleven er nog een goede week… en daar pik ik nu de draad weer op.
Het klikte echt goed tussen ons en Bruce en Kate. En dus werkten we met plezier wat langer dan wat eigenlijk dagelijks nodig was. Als het weer niet te hard tegenzat en er was niet meteen een dringende opdracht, trokken we naar de hondenwei. We (en vooral Veerle) genoten ervan om eerst de 5 honden uit hun kleine kooien te bevrijden en te laten rondcrossen in de wei. Daarna kwamen we tot de orde van de dag… en was het telkenmale zagen geblazen in de hondenwei. Veerle was niet bij te houden met de kleine kettingzaag en had al na enkele dagen alle 7 omgewaaide ‘blue gum’ bomen van hun takken ontdaan (en de grote takken in in-het-houtvuur-passende-blokken verzaagd). Zelf zaagde ik gemiddeld twee bomen achter de feiten aan, worstelend met (lees “ringend makend van”) de dikke stammen Australisch hardhout.
De blokken waren te zwaar om ze door 1 persoon te laten splijten. Dus begonnen we gezellig samen en heb ik nooit mijn zaagwerk kunnen afwerken. Hoewel geholpen door een allessplijtende machine ging het werk tergend traag… vermoedelijk door de gigantische blokken die nauwelijks te verrollen waren en telkens in minstens 24 gedeeld moesten om toch in het houtvuur te passen.
We bleven zo lang bij Bruce en Kate dat we ook hun familie behoorlijk goed leerden kennen. En zo deed ik mijn eerste trip te paard in de buitenlucht… op uitnodiging van hun oudste dochter Lianne. Ze (Veerle, Lianne en onze gids) hebben goed gelachen met mij en Lewis (mijn kingsize paard met ontegensprekenlijk Brabantse roots), achter hen aan stappend, dravend of galopperend op zo’n elegante wijze dat zelfs een olifant in een wei vol herten er gracieus bij zou geleken hebben. Het was plezant!
We kregen deze trip cadeau van Bruce en Kate. Maar dat zegt nog niet alles over hoe graag ze ons hadden. Ze hebben ons ook uit eten genomen. En toen we hen op de laatste avond voor ons vertrek een kalender 2008 gaven met foto’s van ons verblijf in de Catlinsm hadden zij ook nog iets in petto: Edmond’s Classic cookery book, met alle dessertrecepten van die heerlijke koekjes, cakes… die ze hier maken en een cheque die zou moeten dienen voor een bootcruise in Milford Sound, Nieuwzeelands bekenste fjord dat we zouden bezoeken. We waren sprakeloos.
Afscheid nemen was lastig, maar uiteindelijk raakten we toch op weg naar onze volgende bestemming… Te Anau, de belangrijkste link tussen Fjordland national park (bijna zo groot als Belgie) en de bewoonde wereld. We verbleven daar drie nachten in een cottage, met zicht op de bergen. De eerste volle dag besloten we een deel van de 65-lange Kepler track te doen. We zouden stappen tot we boven de bomen uitkwamen om een zicht te hebben op dit gigantische natuurpark. Na een urenhalf wandelen langs het meer (lake Te Anau) stond er een bordje: Luxmore Hut, 4,5 hours (fit trampers in half the time). We wisten niet hoe fit wijzelf waren in vergelijking met “fit trampers” maar omdat we niet helemaal tot aan de hut moesten geraken om boven de bomen te raken besloten we het toch maar te proberen. Vanaf daar was het steil omhoog. Ik liep (dat is het juiste woord vor het tempo dat ze aannam) achter Veerle aan in de hoop dat we er in 1 ruk zouden geraken (Want Ve had me gewaarschuwd… “eenmaal we stoppen gaan we niet meer verder wegens te lastig herstarten bergop”). Na een urenhalf verschroeiend tempo waren we uit het woud… na nog eens een half uur waren we aan de hut. Dat maakt ons 11% sneller dan een “fitte stapper”. En oja, het was de moeite van het klimmen waard! Wat een uitzicht. N.b. drie uur later waren we terug aan de auto.
De volgende dag vertrokken we richting Milford Sound, 120 kilometer vanuit Te Anau (er leidt slechts 1 weg naartoe). Milford Sound is zoals Doubtful Sound een foute benaming voor een fjord. Een Sound is een vallei/sleuf gevormd door een rivier. Een fjord is hetzelfde, maar gevormd door een gletsjer. Maar prachtig, dat wel. Om te beginnen was het landschap langs de weg naar dit fjord al onbeschrijflijk mooi. Na 2 uur kronkelen (en een drietal uur wandelen tussendoor) kwamen we er aan en boekten we de laatste cruise die er te beleven viel. Wat we te zien kregen is zelfs moeilijk met foto’s te beschrijven dus vergeef me mijn nuchterheid dat ik het niet eens probeer met woorden. Het was genieten, in een zonovergoten fjord waar jaarlijks 7000mm regen valt (ter vergelijking, Belgie heeft er gemiddeld nog geen 1000 per jaar. Zij hadden 2 weken geleden 400mm op 40 uur tijd). De meeste boten waren alweer aangemeerd, en dat maakte de beleving, door de rust, nog leuker. Een aanrader…
‘s Avonds trokken we terug naar onze Cottage in Te Anau. Het waren twee mooie dagen geweest die ons het afscheid van de Catlins hielpen vergeten. En ondertussen zitten we op een boerderij bij Cromwell, Central Otago waar jaarlijks – jawel – 400 mm regen valt. Hier valt er dus veel bij te leren over irrigatie!

Cheers,
Veerle en Koen

Nog een korte nvdr: in het laatste verslag schreef Veerle dat de gevilde koe aan de koeien werd gevoederd. Even rechtzetten. We bedoelden uiteraard dat ze eindigde als hondenvoer en niet als koeienvoer

donderdag 25 oktober 2007


Red rocket?






Owaka, The Catlins, bij Bruce en Kate

Beeld je in: een golvend groen wijds landschap, veel sprookjesachtiger, vrediger en zachter dan het ruige, rotsachtige en droge landschap in Kurow; een veel kleinschaligere boerderij dan in Otekaieke high country station met – tussen de weiden en een grote tuin met vele bloemperken – daarnaast een cottage; een boerderij met 60 koeien, 250 ooien, 500 lammetjes, 2 ezels, enkele paarden, een Lucky pony, kippen, honden en een kat. En beeld je dan tenslotte twee zachtaardige, openhartige mensen in: Bruce en Kate McLachlan…
Dat zou je zowat in de sfeer van onze ondertussen volgende verblijfplaats moeten brengen in Owaka ‘place of the canoe’ in the Catlins. NB: Owaka is de grootste stad van de Catlins die zich een hondertal kilometer lang en vijftigtal kilometer breed die zich uitstrekt over het meest zuidwestelijke deel van NZ, en er wonen 395 mensen.
Een vaak heel andere aanpak en benadering hier dan in de high country station. Maar op zijn minst even leerrijk qua farming experience. En… we voelen ons hier compleet op ons gemak.
Bruce heeft een eigen droge humor die iedereen aan het lachen zou kunnen brengen. In Koewnes ogen is hij een soort GVR (grote vriendelijke reus). Hij neemt ons zowat op sleeptouw, terwijl zijn vrouw, Kate, naar haar werk gaat. Zij is librarian in de Open Area School van Owaka. In zo’n school zitten alle leeftijden van kleuter tot middelbaar onderwijs. Dat maakt hier zo’n dikke 200 studenten, met soms enkelingen per klas of per richting. Bijna onvoorstelbaar voor ons. Een gastvrouw betrokken in het onderwijs met een leerkracht (of eigenlijk twee met Koen erbij) op bezoek leidt soms tot interessante “schoolverschilgesprekken”. Als je eenmaal weet dat universitaire studies hier heel duur zijn en afgestudeerden ‘overseas’ trekken op zoek naar hogere lonen om hun universitaire schulden af te betalen – bij gebrek aan overheidssteun – dan besef je toch maar hoe goed we het in Belgie qua onderwijs hebben. En het aanleren van “parenting skills” op 16-jarige leeftijd door leerlingen zorg te laten dragen voor een ei, of een andere verantwoordelijkheden, deed me toch even glimlachen. De opmerking kwam er nadat Koewne en ik gevraagd waren om voor de 22 lammetjes te zorgen op de boerderij. Een voorbeeld van een heuse ‘parenting skill’… voor twee 26-jarigen (of neen, ondertussen al 1 27-jarige), gevierd met een warme tas thee op bed J.
Maar… we genieten ervan. Tweemaal daags 22 flessen poedermelk klaarmaken voor de ‘Parendale’ lammetjes (een Parendale is een soort schaap dat in NZ voornamelijk gekweekt wordt voor het vlees en waarvan de ooien – goede moeders – normaal gesproken meer dan 1 lam per keer krijgen. Dit in tegenstelling tot de Merino’s die voor de wol worden gekweekt, maar slechtere moeders zijn, en daarvoor tijdens het lamseizoen met rust moeten gelaten worden – bij rustverstoring doen ze geen moeite om hun weggelopen lam terug te vinden. Die laatste krijgen normaal gezien maar 1 lam per worp).
Onze lammetjes: Rabbit (spitse langorige lammetjes die veel weg hebben van een konijn), Dotje, Slowie, Stripe, Pinkie (+) en Kakki (+) en Coatie die een jasje van schapenwol draagt omdat hij als kleintje bijna omgekomen was van de koude ( Prachtige uitvindinge!). De melkflessen worden omgekeerd in drinkbakken geplaatst en meestal per 5 laten we de lammetjes hun weg naar de flessen vinden. Niet altijd een makkelijke taak voor de “Wee ones” (kleintje) die eerst moeten aangeleerd worden om van een fles te drinken. Terwijl drinken voor de groten ahw een competitie is geworden die soms leidt tot het nodige stoot en duwwerk als je er niet op tijd bij bent om hen van hun lege fles weg te halen. Koewne had al langer het idee om zich eens “in te melken” en zich daarna te laten bedelven door de lammetjes. Gisteren was het zover. En ik kan je garanderen: het was aanstekelijk om hem te zien afgelikt worden door een kudde lammetjes.
Schapen, schapen, schapen… ondertussen zijn we behoorlijk sheepexperienced geworden. Zelfs “tailen” is een deel van onze rijke levenservaringsCV geworden. Dat wordt een behoorlijk bloederige zaak, vreesden we. Maar neen. In tegenstelling tot de high country stations waar de staart wel nog met een mes wordt afgesneden, gebeurt het hier met een rubberen ring. Dit omdat The Catlins een behoorlijk nat en laagliggend gebied is en een open wonde in het natte gras gemakkelijk zou kunnen infecteren. Bij het gebruik van een rubberen ring wordt de bloedtoevoer afgesneden waardoor de staart op den duur afvalt. Pijnlijk? Ja waarschijnlijk wel even, als je de lammetjes het eerste half uur na de ‘tailing’ ziet wriemelen en rollen over de grond. Zeker voor de mannetjes vanwie de ballen ook een strakke rubberen ring krijgen. Sorry guys J. Maar tailing is zeker verantwoord als je ziet welke ziekten een schaap met staart kan krijgen door het vuil, de uitwerpselen… die er zich in verzamelen en daardoor zware infecties veroorzaken. Stadsmensen – die zich manifesteren als een soort GAIA groep – protesteerden er ooit tegen, wist Bruce me te vertellen, maar ze zouden beter moeten weten, want net door de staarten te laten staan, wordt dierenleed veroorzaakt.
Opmerkelijk hoe ook ik, die even terug zeker ook twijfelachtig zou hebben gestaan tgo zulke praktijken, hier aan het veranderen ben. Doordat mijn ‘onwetendheid’ (door alle ervaringen heen) hier ‘vanzelfsprekendheid’ aan het worden is. En val niet omver: maar ik vind lamsvlee eigenlijk best lekker, ik schrik er niet meer voor terug om dode dieren (konijn en lam) ergens weg te halen van bij de rest,…en zelfs een koe villen vond ik heel leerrijk.
En ook daar hangt een heel verhaal aan vast. Een trist verhaal, zeker voor een boer als Bruce die voor een koe als deze zeker 700 dollar voor haar vless had kunnen krijgen. Een van zijn koeien was nl. Ziek geworden. Nadat we haar extra voeding en medicamenten gegeven hadden, bleek de koe –die een gigantische uier had- niet te genezen. Bruce liet daarom de veearts komen en dat leidde tot 2 mogelijkheden. Doordat de koe een ‘ulcer’ had in een van de vier magen, zou ze niet overleven en zou, ofwel de veearts haar laten inslapen, ofwel Bruce haar neerschieten. Het werd dat laatste want dan kon haar vlees nog aan de koeien gegeven worden en anders niet.
Het was met die koe dat Bruce ons leerde hoe een dier te villen. Ik zal jullie de details ervan besparen, maar hoe wredd het ook klinkt, we leerden er veel van bij.
Koewne heeft ondertussen al wat nieuwe uitleefbezigheden gevonden. Op de quads rondsjeesen is er een van, en misschien kan het gras maaien op een grote benzinemaaier ook aan het rijtje toegevoegd worden. Plus natuurlijk werken met de kettingzaag! –een werkje waar we, na een grote storm hier die heel wat bomen omhaalde, zeker nog een tijdje mee bezig zullen kunnen zijn-. Voor mij staan de ponyrit en de ezel zadelmak maken voor het karretje (waarbij ik bij de ezel voorlopig het karretje speelde en de ezel enkel hielp gewend raken aan het harnas en de teugels…Bij een harde windstoot werd dat een bijna ‘ezeltje ren en Ve hangt erachtert aan race’ met een gelukkig positieve afloop) Verder ook zeker de wandelingen met de headindog Jill. Bruce traint honden die zelfs overseas verkocht worden. Zijn hond Troy heeft ons al enkele staaltjes van zijn kunsten laten zien bij het samendrijven van de schapen. En als Bruce over de honden vertelt, dan hangen we aan zijn lippen.
Veel vrije tijd voor de bezienswaardigheden hier in de Catlins. Een daarvan was de opening van het catlins’museum in Owaka. Ontegensprekelijk het evenement van het jaar voor de dunbevolkte streek. Elk lid van de gemeenschap is gekend voor zijn / haar kwaliteiten en werd dan ook op de gepaste wijze ingeschakeld in het lokale gebeuren. Bruce, als gerennomeerde kindervriend –want ook Santa Claus tijdens de kerstperiode- zou deelnemen aan de stoet met lucky, de kleine Shetland pony, en twee van zijn kleinkinderen achterop in het karretje. In de week voor de plechtige opening werd de pony ‘test gereden’, geborsteld, bijgeknipt, gewassen, de riemen en de hoeven ingevet, het karretje afgestoft en de truck –die haar ter plaatse zou brengen- opgeblonken. Je kan er wel uit afleiden dat hij toch een beetje zenuwachtig was. Kate zou –als lid van de ‘open Owaka Gardens Club’- planten en koekjes verkopen in een van de vele standjes van een artisanale markt. Ze moest voor de club –die ook een praalwagen in de stoet zou hebben- een vijftal typische Nieuw-Zeelandse varens ( het nationaal symbool) voorzien… Een werkje waar uiteindelijk Bruce, Veerle en Koen mee opgezadeld werden. Uiteindelijk haalden we er veertig uit de bossen …om toch zeker genoeg –goede- mee te hebben. Op de eigenlijke feestdag kwam alles tot een goed geheel. De markt was heel gezellig met presentaties van een kunstsmid, en de houtkunstenaar ( met een reusachtige kettingzaag), de muziekleraar met leerling, een miniatuur hooibaalmachine, de plaatselijke hakagroep, de vrijwillige ‘fire brigade’, de winnaars van de baardgroeicompetitie die een aantal maanden eerder was begonnen, …Vervolgens was er een mooie stoet met alle verenigingen die zo’n klein gehucht maar kan hebbeb ( school politie -1 man-, scouts, rugbyclub, plantenclub, Lions club, oldtimerclub, en vele andere). Bruce liep gemoedelijk maar ook wel trots voorop.
Best spectaculair tijdens een van onze uitstappen waren de Mc Lean Falls. Na een hevige regendag, en het kan er hier in deze groene vallei wel wat van deze lente, stroomt het water er nog harder dan gewoonlijk. De wandeling ernaartoe leidt je doorheen een prachtig regenwoud, zo ook voor de andere –minder grote maar ook bezienswaardige- Matai Falls en Purakauniu Falls. In Curio Bay, op diezelfde stormachtige dag, trotseerden we de koude, voor een bezoekje aan de versteende, 150 miljoen jaar oude, gefossiliseerde bossen, daar langs de rotsen aan de zee. We waren er bij laagtij, maar wss door het slechte weer, kwam de zee al snel opzetten en moesten we beroep doen op onze Red Rocket, om vanop de top van de kliffen de rest van het wilde zee- en golfspektakel te aanschouwen.
Ooit al eens een zeeleeuw van dichtbij horen en zien brullen? In Surat Bay kwamen we er zo eentje -500 kg?- tegen en ik kan je verzekeren: ze doen je hartje sneller slaan. Zeeleeuwen zijn uniek hier in NZ. Ze lijken sterk op zeehonden maar zijn toch weer verschillend. Ze hebben een stompe neus, korte neusharen en je idnt ze op de zandstranden. Zeehonden hebben een ountachtige neus, en lange snorharen en je vindt ze terug op de rotsachtige delen van de kust.\Ook de geelogige pinguin is hier een uniek gegeven, maar mss wordt dat een relaas voor een volgend verslag.
Voor ik het vergeet…wil ik iederen die al maitljes heeft gestuurd heel erg bedanken. Als ik ze niet beantwoord, is dat omdat we beperkte toegan hebben tot het Internet en de verbinding heel traag gaat. We lezen jullie mailtjes wel met vreugde en genieten ook van het nieuws uit het thuisfront!
Een verslag op papier neerpennen doet de tijd hier vliegen. De lammetjes roepen…!
Vele groetjes en big hug van aan de overkant!
Tot schrijfs,
Ve en Koewne

woensdag 10 oktober 2007

enkele foto's...

Otekaieke: tussen bergen en schapen

We waren nog niet echt onder de indruk van Nieuw-Zeeland in Christchurch. Heel vriendelijke mensen, dat wel, maar na een week Christchurch was onze honger naar adembenemende landschappen en mensontroerende vergezichten zeker nog niet gestild. Integendeel. We waren dan ook maar verdeeld tevreden met wat we op onze busrit zuidwaarts te zien kregen. Want na wat honderden kilometres bollen over voornamelijk kaarsrechte wegen, parallel aan de kustlijn, richting Oamaru hadden we weliswaar heel wat ‘vergezichten’ beleefd. Deze waren echter niet adembenemend, laat staan mensontroerend. Voor de critici eerder ‘vrij saai’. Het enige wat we konden zien waren vele schapen, wijdse wei- en akkerlanden, en heel af en toe eens een tegenligger.
Maar we voelden het: verandering hing in de lucht. Toch zeker landinwaarts. We vroegen de buschauffeur om ons aft e zetten in pukeiri, enkele kilometers voor Oamaru, waar we zonder problem liftten richting Kurow. Men had ons verwittigd dat dit niet makkelijk zou lukken en we merkten al snel waarom. Ook al leek dit op de kaart een belangrijke weg te zijn…toch werd ze nauwelijks gebruikt. Net voor we wat wanhopig warden, draaide na een dike tien minuten de eerste ‘truck’ ( truck wordt gebruikt voor alle zware 4x4’s in vele gevallen ook met laadbak) onze weg op…en stopte meteen. De bestuurder was al meteen een verhaal opzich waard. Toch zal een korte beschrijving en uw eigen verbeelding hier moeten volstaan. Hij was een oud rugbyspeler, heel zwaar NZ accent, ruiger dan een zeebonk. Nadat hij plaats had gemaakt voor onze baggage door zijn pitbull bij zijn bloedhond te steken in de kooi op zijn laadbak, mankte hij terug naar de verloederde ‘cockpit’ van zijn zeker 15-jaar oude, verroeste truck. Hij bood ons wat weed aan – wij bedankten vriendelijk- en trok zijn ooglapje weer goed en weg waren we. Door zijn gebrek aan dieptezicht maakten we soms wat rare manoeuvres maar we kwamen al bij al – blij als we waren dat hij zijn eigen weed niet was beginnen roken- goed aan op de boerderij waar hij moest zijn om met zijn honden op everzwijnen te gaan jagen ( n.v.d.r. everzwijnen vormen net als konijnenm muizen en ratten en andere geimporteerde ‘pestdieren’ een grote last voor boeren en de oorspronkelijke fauna en flora omdat ze het natuurlijke evenwwicht –door gebrek aan natuurlijke vijanden die hun aanwezigheid binnen de perken kunnen houden- ernstig verstoren)
De weg leek meer verlaten dan ooit, mar het landschap daarentegen werd al een heel stuk mooier. Na twintig minuten waren drie auto’s, zonder vertragen in de geode richting gepasseerd. Na 25 minuten kwam een ervan aarzeelend teruggereden. De bestuurdster, een Argenstijnse meisje had spijt gekregen dat ze ons niet had meegenomen en bracht ons nu recht naar onze bestemming: Otekaieke High Country Station.
We warden verwelkomd door de erg vriendelijk Jo(anna) en de vrij stugge schapenherder en veeboer Tony. En dat is waar NZ voor ons begon.
Om ergens te beginnen: de 4x4 ervaring. Mensen hebben hier geen 4x4 om toch maar niet uit de toon te vallen, zoals dikwijls in Belgie. Hier zijn de wegen wel maatschappelijk verantwoord. Vanaf dag 1 bleek al snel waarom. De weg naar de weilanden is slechts de eerste 30 meter bereikbaar voor een Belgische middenstandswagen…tenminste, als je aanloop hoog genoeg is. Met een beetje geluk zou je ook nog terug achteruit kunnen rijden, geholpen door de ongelooflijk steile helling waarop je je bevindt, maar de kans is groot dat je carrosserie dan vast komt te zitten op een aantal rotsblokken en je van je pad gsleept zal moeten worden. Met andere woorden: de landwegen zijn steil, met heel diepe sporen en weinig grip. En waar er geen wegen zijn, daar rijdt de truck door velden, door rotspartijen, door beken en rivieren alsof hij ervoor gemaakt is. Dat zal dan ook wel. Even een voorbeeld. We zaten er met 6 personen in plus heel veel baggage, en de zware trailer die erachter hing, zat vol met honden. En Tony besloot om een stuk wei op te rijden met een stijgingspercentage van ongeveer 40.5% want hij wilde een beter zicht krijgen op zijn weiden. De wagen slipte nog geen millimetre. Dit was niet gelukt met nat gras, maar goed, het zegt genoeg. Het enige wat hem kon stoppen was de afgrond die achter het stuk gras lag.
En groot dat het hier is. Op zijn 6500 hectare heft hij meer dan 1000 meter Bergen dan een modale Belg molshopen heft. Het duurt meer dan anderhalf uur om van thuis tot aan het einde van zijn onherbergzame weiland/ bergland te komen, ook wel omdat je op die wegen gemiddeld slechts 20km/uur kunt rijden en in de rivier die je zes keer moet oversteken nog iets minder.
Ik zit dit verslag eerst op papier te schrijven, door de schrijnende onbereikbaarheid van een degelijke computer tijdens onze laatste dag op de boerderij. Ondertussen is Tony vertrokken naar zijn weilanden, met zijn honden en vier vrienden om daar drie dagen de ‘ontamnde’ schapen samen te drijven. ( de ooien en rammen zitten op de andere bergen)
Geeft dit een idée van de omvang van een middelgrote boerderij in Nieuw-Zeeland? Ik hoop het.
Afgezien van deze algemene indrukken, hier nog enkele ervaringen waarmee onze dagen zich vulden.
Het voederen van de herten was best wel spectaculair. Stel je voor. Je rijdt naar boven (de weilanden vlakbij het huis) met een kleine silo gevuld met gerst en een boer achter het stuur die roept naar de schapen die in de verkeerde wei blijken te zitten. De meest courante namen van die schapen zijn ‘bugger’ en ‘useless bastard’;-) en Tony blijkt zijn honden ook zo te noemen. Een beetje verder begint hij – zonder voorafgaande waarschuwing- al seen gek te claxxoneren. Pas de tweede dag begreep ik dat dit was om de herten, op zijn Pavlovs- te leren dat ze, bij het horen van de claxon, naar de auto moeten komen. Handig als ze wijd verspreid op de heuvel zitten en je ze wilt bijeendrijven. Eenmaal de meeste herten achter de vrolijk claxxonerende truck draafden en we naar beneden aan het rijden warenm trok Tony de handrem een beetje aan, sprong uit de wagen, sprong er weer in omdat hij de handrem niet genoeg aangetrokken had, sprong er weer uit terwijl de wagen verder bolde, opened de silo achteraan, crosste weer naar voor en sprong weer in de truck. Hilarisch. Honderden herten stortten zich op de lange sliert gerstkorrels die op die manier in de weide warden uitgestrooid. Geen Hans nog Grietje die de weg teruggevonden zou hebben.
Foot rotting was een van de vuile taakjes die we te doen kregen. Onze taak: jag schapen met behulp van een hond in een nauwe gang. Trek het shcaap uit dat gangetje zodat het hulpeloos op zijn rug ploft in een lange, smaelle bak. Tony knipt er dan met een tang de rotte stukken hoef af ( tot bloedens toe) en wij spuitten een gele stip op de schapenkop…een gele streep als de hoeven teveel weggerot waren en het schaap daardoor klaar was voor de slacht…Als de schapen niet stil lagen, moisten ze het maar weten…dan werd die stip een streep…hihi. Tenslotte gaven we de schapen een spuitje in de bil of de nek en trokken we ze uit de bak zodat ze –in het beste geval op hun poten- terug op de grind belandden.
Drafting was het sorteren van dieren volgens bouwjaar, geslacht, grootte of dikte. Met schapen viel dit, behalve dat dit er verreweg het meeste waren, allemaal nog goed mee. – op de blauwe plekken op Veerles bijna farmersbenen na…- Bij herten was drafting vrij beangstigend. Ik vertel: eerst moesten een deel van die schichtige en mensvreemde dieren in een hok gedreven worden. Twee keer heb ik me moeten bullen toen een radeloos hert me wilde passeren met een enorme spronmg. Men wist me te vertellen date r verschillende mensen met trage reflexen KO gingen. Al ser dan uitenidelijk voldoende herten in het grote hok gedreven waren, deed Tony de deur achter zich dicht en horde ik van binnenuit hoe herten heen en weer renden, deuren geopend en gesloten warden, Tony af en toe vloekte en hij uiteindelijk zei dat ik mocht binnenkomen.
Alle kleine herten moesten afgezonderd worden en werden behandeld tegen wormen. Maar ze mochten niet ontsnappen als ik de deur moest openen voor een vrouwtje dat een andere richting uit moest. Dat viel nog mee. Ik zit meer in met die gigantische mannetjes, vooral deze die hun scherpe gewei nog hadden. Naar het schijnt moet je vooral opletten dat ze niet steigeren en met hun voorpoten een slag verkopen, en volstaat het om dit te vermijden door je handen omhoog te steken als ze beginnen te brommen… maar ik was er toch niet gerust in.
Veerle beleefde heerlijke momenten toen ze meemocht met Jo om te paard vee bijeen te drijven op een weiland vlakbij. Ik kan het wel geloven! En al even leuk was het toen ze meemocht met de Truck naar ‘Out in the back’ (die verre bergweilanden waar ik eerder over sprak) om vee bijeen te drijven en zij het paard dat door Jo naar daar was gereden, de 20 kilometer terug mocht rijden over die rochtsachtige wegen en door rivieren. Dit zou tweeenhalf uur duren hadden ze gezegd… en na een uur en drie kwart was Veerle al terug. Hier en daar waren er platte stukken wei en die kon ze natuurlijk niet onbegaloppeerd laten liggen, glunderde ze achteraf. Jo heeft al gevraagd of ze het niet zag zitten om in de zomer terug te komen en de paarden fit te rijden voor de jacht. Dat sprak haar wel aan, want tussen de dieren voelt Ve zich op en top, zoals ook met de honden waarmee ze elke avond een wandeling gaat maken. Ze begon met 1 hond, en gisteravond waren het er al 4 die meemochten, hi hi.
Drenchen van de schapen was een vrij eentonig maar ook wel ontspannend werkje. Onze enige taak hierbij bestond uit het aanvullen van Tony bij het tegen mekaar drukken van de schapen in een nauwe (1,2 meter) langwerpige paddock. Een van ons was telkens zijn zogenaamde “second pair of legs”. Zodoende kon hij gemakkelijk een spuitje achter de oren van de schapen – die geen weg opkonden – geven. De schapen die een spuitje gekregen hadden, mochten door onze benen glippen, waardoor Tony uiteindelijk alle schapen in de paddock kon behandelen. Eenmaal de schapen ‘gedrenched’ waren werden ze door een douche gedreven die hen behandelde tegen allerlei ongedierte in de vacht. Vervolgens dreven we opnieuw een kudde schapen in deze ‘drenchsleuven’ en begonnen we weer van voorafaan.
Ondertussen zorgde Jo dat we niets ontbraken qua eten: bananenmuffins, fruitcake, cheesetoast, barbecue… Dit terwijl ze natuurlijk ook voor de bijwijlen drukke maar zeker ook schattige Zoe en Jesse (4 en 2 jaar) zorgde. Zij vormden trouwens geregeld een deel van ons takenpakket. We namen hen mee naar de rivier, naar hun grootouders in de achtertuin, naar het zwembad waarvan ze nog dagen nagenoten (Jesse liep nog meer dan een week rond met haar badpak in haar handen).
Tagging is het piercen van de oren met een ‘tag’ of gekleurd plaatje dat aangeeft in welk jaar de schapen geboren zijn. De schapen van vorig jaar kregen nu een oranje plaatje. Onze taak… being the second pair of legs (again).
Eenmaal alle schapen gedrenched, gedouched, en voor de eenjarigen ook getagged, waren, werd alles in gereedheid gebracht voor de grote exodus. 1800 schapen moesten 20 kilometer verder geraken, ofwel naar ‘out in the back’. Geen sinecure aangezien dat er toch redelijk veel zijn, en we ook vele weiden moesten doorkruisen waarin de hongerige schapen telkens uitwijdden. Daarbij niet te verwaarlozen dat in de weiden ook schapen zaten van de buren – useless f*cking Perendales - waarmee ze niet mochten vermengd worden. Maar 1 zaak was zeker: het was een onvergetelijke ervaring om vele uren lang samen met de honden de schapen naar het beloofde land te leiden… een droom die we over NZ hadden en nu werkelijkheid werd.
Over die honden. Er zijn twee soorten, namelijk huntaways en headaways. Die eerste blaffen voortdurend en steken vaart in de kudde door hun lawaai. De laatste zijn onze favorieten en zijn ook de in Belgie best gekende schaaphonden. Deze drijven van nature schapen bijeen, en werken in volledige stilte door gewoon naar de juiste plaatsen te lopen en zich daar met hun hoofd richting kudde neer te leggen.
Op het terrein zelf velde ik menig boom en snoeide heel wat dood hout. Samen kuisten we de paardenweide ook door al het hout op een groot bonfire te verbranden.
De laatste drie dagen hebben we een kamer in het schaapsscheerderkwartier – waar wij ook overnachten – gerenoveerd. Met vogel- en andere faeces besmeerde muren werden glanzend wit, het plafond stralend, en de vloer opnieuw mooi bruin na vele jaren schijtbruin. Ere wie ere toekomt… Veerle bleef maar “sanden” tot haar neus vol zwart stof zat terwijl ik rustig dit verslag mocht zitten schrijven. Het was een ontspannend dagje.
Dit was in een paar alinea’s het verhaal van Otekaieke. Een geheel ander verhaal is dat van Mount Cook, waar we met de ‘Red Rocket’ (sinds vandaag officieel onze eigen Honda Civic, bouwjaar 1985, 1488cc) naartoe sjeesden.
We genoten er van het prachtig blauwe Pukaki meer en de bergen die weliswaar kleiner zijn dan onze Europese Alpen, maar qua natuur zoveel indrukwekkender. De gigantische gletsjervalleien waar je zonder problemen Lord of the Rings gefilmd ziet worden niet in het minst.
To be continued.

Met tegenvoetse groet,

Koen en Veerle

woensdag 19 september 2007

Nieuw-Zeeland onder onze voeten

Heyhey,

Het is niet makkelijk om eerste indrukken en gevoelens zomaar even neer te schrijven of te verwoorden...
Maar ik probeer...
Op onze vlucht haalden we als het ware beetje bij beetje de tijd in. Dat voelde raar aan, maar was vooral heel uitputtend: via Londen naar Sydney met tussenstop in Bangkok, tot in Christchurch. Met een groot aanbod aan films, computerspelletjes, ... wisten we ons wel makkelijk te vermaken, en geen oog dicht te doen, vooral Koen dan, die in de catalogus zoveel films terugvond die hij graag nog es had willen zien,dat...
Onze verloren energie kregen we al deels terug toen het vliegtuig Nieuw-Zeeland bereikte en we de eersyte spectaculaire natuurtaferelen te zien kregen...de Alpen! Waw.
Paspoort- en bagagecontrole in Nieuw-Zeeland hadden we ons niet vlotter kunnen indenken: mijn paardrijschoenen en chaps werden ontsmet, er werd een grapje gemaakt over de lekkere Belgische chocolade in onze handbagege en met de glimlach gaf de douanebeambte - die had gelezen dat Koen werkte voor de Vlaamse Rugbybond en direct haar sympathie uitte- ons een stempel voor een 'one year work and travel' in New Zealand.

Resultaat van de hele trip naar de andere kant van de wereld: toen we onze jeugdherberg - Chester St Backpackers- in Christcghurch bereikten, kropen we al heel erg vroeg onder de wol.

Na twee dagen lijken we over de ergste jetlag heen te zijn.
Christchurch doet denken aan Engeland qua huizen en tranport, Canada qua straten -dambordpatroon- en Azie wat de restaurants betreft.
Wat ons wel opvalt is de algemene vriendelijkheid hier. En dat stelt ons erg op ons gemak.

Gisteren meteen al even de sportieve toerist gespeeld: in Littleton -aan de haven- vertrokken we voor een mooie wandeling in de heuvels richting de gondola (een lift), een toeristische attractie hier, die we links lieten liggen en de benen verkozen. Als het weer wat beter was geweest, had ik het prachtige, indrukwekkende vergezicht daar kunnen beschrijven. Maar de dichte mist maakte de tocht wel mystiek, maar weinig zichtbaar. Toch genoten we.

In de toeristische gids vond ik bij 'attractions' het adres van een indoor mingolf. In een industrieterrein, ver van het centrum, maar zeker de moeite waard, sloegen we in de namiddag, tussen de locals, dan ook ons eerste balletje.

Nog een kort ommetje door het centrum van Christchurch, met een overvloed aan rugbywinkels ( they really are obsessed!!) en een mini-Azie gevoel ( zoek maar eens naar een niet Aziatisch restaurentje...), vertoefden we tussen de Britten in de jeugdherberg. Een beetje lectuur, fijn nababbelen en opnieuw onder de wol.

Dag drie wordt er waarschijnlijk een in een sportsbar voor een rugby-replay en in de botanische tuinen. Als de zon zich van haar bestje kant laat zien tenminste
, maar het ziet ernaar uit van wel...

Daarna op naar onze eerste schapenboerderij in Otekaieke Station, richting Oamaru.

Dikke kus
en lots of love,

Veerle -en Koen-

maandag 10 september 2007